Een maand onderweg!
Het is inmiddels dag 3 van de grootste overtocht die we in Australië zullen maken, grofweg gezien van Cairns in het noord-oosten, naar Darwin in het centrale noorden. Een rit van een kleine 3.000 kilometer dwars door de échte outback. Gelukkig is het winter hier, waardoor de dagtemperaturen zelden boven de 30 graden uitkomen en het ’s avonds meestal een relatief aangename temperatuur is. Onze dag begint hier ’s ochtends zodra het licht wordt (rond 6:30), aangezien je in Australië (en zeker in de outback) niet kunt rijden in het donker vanwege overstekend wild!
Zo begon ook vandaag weer de dag met het instellen van de TomTom op de eindbestemming van de dag, een kleine 800 kilometer verderop, wat hopelijk de langste eendagsrit van deze trip zal zijn. We proberen onze maximumsnelheid op 90 km/u te houden om een beetje te besparen op de benzinekosten, dus je kan je voorstellen dat 800km op een dag een flinke tour is. De route van vandaag is gelukkig niet erg moeilijk, 768 kilometer rechtdoor richting het westen en dan bij Three Ways linksaf naar Darwin. Linksaf? We verwachtten rechtsaf te moeten aan het einde van de weg? Nou ja, genoeg tijd (768km.) om dat uit te zoeken.
Als de zon net op is zijn alle kangaroes e.d. nog wakker (die gaan slapen als het te warm wordt, zo rond een uur of negen ’s ochtends), dus het stuk van de rit voor het ontbijt is het altijd het meest oppassen geblazen (meestal rijden we een uurtje of twee voor we onze eerste stop maken, waar we dan ook gelijk ontbijten). Her en der springen er kangaroes voor de auto langs en de roofvogels (valken, haviken, raven en arenden) doen zich stevig tegoed aan de roadkill van de nacht ervoor en zijn lastig van de weg af te toeteren. Zo zat er gisteren een arend (wedgetail eagle) op de weg van minimaal een meter hoog, waar we op de andere baan voorbij moesten. Langzaam toeterend reden we eropaf, geen idee wat dat gigantische ding op de weg was (het leek uit de verte op een zwarte kangaroe) en uiteindelijk pas in het voorbijgaan hadden we door dat het een gigantische roofvogel was. Geinig, weer een voor ons nieuw Australisch beest gezien!
Naast kangaroes ligt er overigens vanalles op de weg, zo hebben we al de nodige slangen gezien (die warmte nodig hebben om goed te kunnen jagen en liggen daarom vaak op of langs het zwarte asfalt van de weg dat de hele dag warmte opneemt), maar ook vossen, wilde zwijnen, gigantische lizards (“goannas”) van een meter plus en soms liggen er zelfs koeien op of langs de weg – een waar slagveld dus. Tot nu toe hebben we zelf nog niks geraakt, al stond er gisteren een dingo gevaarlijk dicht langs de weg, mistten we zojuist op een haar na een goanna en vliegen er maar al te vaak kleine vogeltjes vlak voor de auto langs (zogenaamde kamikaze-vogeltjes), maar tot nu toe gaat het steeds net goed!
Zoals gezegd rijden we ook maar relatief langzaam hier met onze 90 km/u. De maximum snelheid is tegenwoordig 130 km/u, welke kortgeleden teruggebracht is van een ongelimiteerde snelheid. Behalve dat ze ook (vaak) van asfalt zijn, zijn de snelwegen hier echter in geen enkel opzicht met de Autobahn te vergelijken en als je met meer dan 130 km/u een koe raakt ben je er hoe dan ook geweest!
Het landschap in de outback is op dit moment overigens buitengewoon groen, waaraan je goed kan zien dat het “wet season” (november – mei) net is afgelopen. De rasta-combinatie van de groene bomen, de rode aarde en het gelige gras is een mooie achtergrond voor de miljarden termieten die links en rechts van de weg een wedstrijd lijken te doen wie de grootste of hoogste termietenhoop kan bouwen. De honderden torens aan weerszijde van de weg zijn een bizar gezicht en geven het landschap een buitenaards tintje. Voeg daar de 50+ meter lange Road Trains (een truck met vaak tot vier opleggers erachter) en je kan je een beeld scheppen van het Flying Doctors-achtige (of McLeods Daughters-achtige voor de huidige generatie) landschap waar wij nu al duizenden kilometers (we zijn zojuist de 8.000 afgelegde kilometers sinds ons vertrek uit Adelaide gepasseerd) doorheen cruisen.
Zo, we zijn bijna op onze eindbestemming van de dag, het caravan park van Three Ways, waar de snelwegen tussen Adelaide en Darwin (die langs de meest bekende rode rots ter wereld “Ayers Rock / Uluru” loopt) en onze snelweg vanuit de oostkust elkaar kruisen. Tijd om op te vullen, want de tank is weer bijna leeg. Mooi om te zien wat vraag en aanbod met de benzineprijzen in het meest afgelegen stukje Australië doen, aan de oostkust betaalden we gemiddeld tussen de $1.30 en $1.40 per liter (al fluctueert het hier veel meer dan in NL – op rustige tijden, zoals dinsdagmorgen betaal je soms maar $1.10, terwijl je op zon- en feestdagen rustig $1.50 per liter af kan rekenen – bizar!), maar in de Outback loopt het zelfs al snel op tot $1.80) en we hebben op de camping al gehoord dat het verderop op kan lopen tot boven de $2 per liter, en dat met een bus die 13L/100km gebruikt en een afstand van bijna 3000km door de outback kan het stevig oplopen! Goed, tijd om de auto vol te gooien en een campingplaats te regelen!
Spreek jullie snel weer – over 6 weken zijn we alweer terug in Nederland – time flies!
Groet xx,
R&D
zaterdag 23 juli 2011
Abonneren op:
Reacties (Atom)






